Werkzoekend

Eindelijk dan weer eens een nieuwe blog over mij. De laatste tijd houdt solliciteren, vacatures zoeken en op gesprekken komen mij volop bezig. Het ene moment krijg je afwijzing na afwijzing; het volgende moment heb je opeens drie gesprekken en een meeloopdag in het vooruitzicht staan! Erg bemoedigend natuurlijk, maar ook wel weer ontzettend spannend. Het voelt bijna als een compleet andere fase dan het brieven versturen. Je krijgt opeens positieve reacties en er is interesse in jou.

Maar ja, dan moet je je natuurlijk gaan voorbereiden op de gesprekken in plaats van mooie brieven schrijven… Gelukkig heb ik een lieve vader die mij coacht met het oefenen van de gesprekken, een lieve moeder die mij mentaal steunt en niet te vergeten een hele lieve man die achter mij staat wat er ook gebeurt. Uiteraard ook nog vele anderen die mij bemoedigen :-).

Werkzoekend zijn is een aparte fase in het leven. In mijn blog “bellen in de trein” heb ik het over tussen twee doelen in staan. Dat is natuurlijk met het reizen een relatief korte en voorspelbare periode. Als je werkzoekend bent, is het onvoorspelbaarder en ongemakkelijker… Je weet niet hoelang je moet zoeken, wanneer je respons krijgt op je inzet, wat je over een paar maanden aan het doen bent. Het voelt niet als tot rust komen. Ik ervaar het als beangstigend. Als iemand die altijd een doel voor ogen heeft gehad en steeds op weg was naar het behalen van dat doel, voelt het zwaar oncomfortabel om geen idee te hebben welke richting je leven opgaat.

Voor mij is ‘vertrouwen’ een kernwoord in deze fase. Dit vertrouwen speelt zich af op verschillende niveaus. Vertrouwen op God dat hij een plek voor mij in het vizier heeft. Vertrouwen op mijn naasten, dat zij een goede inschatting maken van wat ik in huis heb en wat ik kan. Vertrouwen op de arbeidsmarkt dat er een plekje is voor een WO-afgestudeerde. Maar misschien nog wel het moeilijkste voor mij; vertrouwen dat ik genoeg in huis heb om goed te functioneren zowel nu als op mijn toekomstige werkplek. Vertrouwen dat ik het kan…ongeacht de afwijzingen en duur van werkeloosheid. Ik mag mij gezegend weten met zoveel mensen om mij heen die volop dat vertrouwen in mij hebben, waar ik het niet altijd heb.

Een ding weet ik wel; als ik over een jaar terugkijk op deze fase, zal ik blij zijn met hoe ik het heb aangepakt, dankbaar zijn voor de steun die ik heb ervaren van anderen en mijn weg aan het vinden zijn in de nieuwe fase waar ik mij dan in bevind. En deze helikopter-view, wat ik met het plaatje bij deze blog probeer uit te drukken, vervult mij toch weer een beetje met vertrouwen.

Hoofdpersoon

Vandaag zat er bij mijn thee de volgende vraag: in welk boek zou jij de hoofdpersoon willen zijn? Ik vind dit een ingewikkelde vraag, omdat ik niet zeker weet of ik überhaupt iemand anders zou willen zijn. Mijn gevoel over het leven en wie ik ben is, dat mijn ervaringen, geloof en moeilijkheden mij hebben gevormd tot de persoon die ik ben. Als ik dan opeens een andere achtergrond of ander verhaal zou hebben; wie zou ik dan zijn?

Een ander probleem wat ik met deze vraag heb, is dat in de meeste boeken die ik lees de hoofdpersoon een best pittige tijd doormaakt, en vaak voor een groot gedeelte van het boek. Het mag dan wel goed eindigen, maar 80% van het boek is kommer en kwel… Wil ik dat wel echt?

Na wat na te denken heb ik alsnog een boekenreeks waar ik op zijn minst een kijkje zou willen nemen in die wereld: the Chronicles of Narnia. Hoe Narnia beschreven wordt en alle avondturen die de hoofdpersonen meemaken klinken zeer verleidelijk. Maar net zoals de hoofdpersonen weer terugkeren naar de harde wereld, bij een aantal boeken zelfs de tweede wereldoorlog en nasleep ervan, val je als lezer weer hard op je neus wanneer het boek uit is. Hoe graag zou ik soms naar zo’n denkbeeldige sprookjeswereld willen vluchten… Toch is het leven en lot van de hoofdpersonen in deze boeken lang niet altijd prettig, en hebben ze Narnia over het algemeen harder nodig dan ik.

Hoe verleidelijk het ook lijkt om het leven van een (fictief) ander over te nemen, ik denk als het puntje bij het paaltje komt ik het liefst de hoofdpersoon van mijn eigen biografie zou willen zijn. Gewoon omdat ik anders niet zou zijn wie ik nu ben… En als het gras voor mij dan toch soms groener lijkt aan de overkant? Dan kan ik altijd in de wereld van Narnia, Tonke Dragt of Lord of the Rings vluchten door de boeken te lezen en te verdwijnen in het verhaal van een (fictieve) ander.

Shantaram – Gregory David Roberts

Hoogtijd dat ik het over het boek ga hebben wat ik momenteel aan het lezen ben; Shantaram. Als ik het in één woord moet beschrijven, zou dat “indrukwekkend” zijn. Het is naar aanleiding van een waargebeurd verhaal, waarbij de schrijver tevens de hoofdpersoon is. Wat hij in zijn leven allemaal heeft meegemaakt is te bizar voor woorden. Door het boek heen wordt hij (tot nu toe) Lin(baba) genoemd, omdat zijn Indiase gids en vriend zijn schuilnaam te moeilijk vond. Lin is uit een Australische gevangenis ontsnapt, heeft in de Indiase slums gewoond, is betrokken geweest bij de Indiase onderwereld, heeft voor/met de Mujahedeen in Afganistan gevochten… Zijn doorzettingsvermogen blijkt uit het feit dat hij een boek, van meer dan 900 pagina’s, drie keer geschreven heeft omdat de eerste twee versies door bewakers vernietigd zijn.

Het gaat dus duidelijk om een ‘echte’ crimineel. En toch… in het boek trekt deze Australiër je in zijn wereld, laat hij je openhartig zien wat voor gevoelens hij mee heeft geworsteld (het lijkt dat schuldgevoel een rode draad door zijn leven was in die tijd) en weet hij opvallend goed te laten zien dat hij ook maar een mens is. Als er iemand is die ik heel graag zou willen interviewen, is het wel G. D. Roberts. Zijn verhaal en persoon is intrigerend. Ook zijn kunde om onbetrouwbare gevaarlijke mensen te onderscheiden van betrouwbare gevaarlijke mensen is…cunning.

Wat mij tot nu toe het meeste heeft geraakt, is hoe hij als westerling zich in de Indiase cultuur wist te blenden. Dusdanig dat hij in de slums geaccepteerd en gerespecteerd werd. Hij mag dan wel crimineel zijn, maar hij heeft veel goeds verricht voor veel armen en kwetsbaren in India. Daarvoor alleen al verdient hij mijn respect; want ik weet niet of ik ooit in het soort omstandigheden als de slums zou kunnen leven.

Met andere woorden: ik vind dit boek echt een aanrader! Ik hou zelf van dikke boeken, maar mocht je dat niet doen, laat je er niet door afschrikken! Het is knap geschreven, intrigerend en bijzonder.

Shortbread

Wouw, het is mij dan eindelijk gelukt! Na twee keer geprobeerd te hebben in het afgelopen jaar, is het mij bij het derde recept gelukt om shortbread te maken zoals het hoort. Het is toch best wel een kunst er zo min mogelijk vocht/vet in te doen, maar wel genoeg dat het echt een deegbal wordt. Daarna moet je er zo kort mogelijk mee bezig zijn en zorgen dat de boter koel genoeg blijft. De grootste kunst vind ik nog het uitrollen zonder dat het ‘breekt’. Dus er echte koekjesvormen van kunnen maken. De hartjes-vormen zoals in het receptenboek heb ik mij nog niet aan gewaagd, maar het zijn wel tamelijk mooie rechthoekige vormpjes geworden. Ik heb sommige koekjes voor de helft in gesmolten chocolade gedoopt. Ik vond zelf de koekjes zonder chocolade het lekkerst.

Met volle trots nam ik de volgende dag wat koekjes mee naar een afspraak met mijn moeder. Zij is a: dol op koekjes en b: zij is mijn grootste inspiratie en voorbeeld op het gebied van koken en bakken. Tot mijn grote vreugde zei ze dat de koekjes perfect waren! Uit haar mond is dat echt een groot compliment :-). Want zijzelf kan ontzettend goed koken en bakken. Ik wil ze nog een keer succesvol maken voordat ik durf te zeggen dat ik deze kunst onder de knie heb. Maar ik ben er nu al wel erg trots op!

Alleen een beetje jammer… normaal maak ik een foto van mijn baksels, maar dit keer ben ik dat helaas vergeten :-(. Dus dan maar een foto van het kookboek waar ik het recept uit heb gehaald. Het komt uit een Amerikaans kookboek van Betty Crocker.

Snoep

De vraag waar Pickwick vandaag toch mee komt… Wat is je favoriete snoep? Mensen die mij kennen, weten dat ik hou van hartig. Met name chips! Als de vraag was geweest: waar kan ik je s’ nachts mee wakker maken, dan komt chips wel in de buurt hoor. Maar dat is een vraag voor een andere keer.

Snoep… ik weet er niet veel van en heb er eerlijk gezegd ook niet zo veel mee. Ik kan salmiakballen nog wel echt waarderen. En als m&m’s onder de term snoep vallen, zouden die ook wel op mijn top 3 van snoep belanden. Top 2, aangezien er weinig ander snoep is waar ik überhaupt naar zou omkijken. Van deze twee snoepsoorten, zijn salmiakballen het meeste stabiel (in de zin dat ik het vaak wel lust).

M&m’s kan ik daarentegen wel ontzettend craven. Waarna ik het ook makkelijk een half jaar tot een jaar lang totaal niet meer lekker kan vinden. Dat heb ik vaak met chocolade eigenlijk… Daarin lijk ik totaal niet op mijn zus en vele andere vrouwen, die dol zijn op chocolade! Het gekke is: alles waar chocolade inzit vind ik dan wel weer heel lekker… Mousse, ijs, taart: kom maar op! Dus ik kan me toch nog een vrouw noemen after all :-).

Bellen in de trein

Ik zit lekker met mijn Japanse puzzeltje in de trein. Het is rustig, dus ik heb de luxe om mijn tas lekker asociaal naast me op de stoel te leggen. Ik houd eigenlijk wel van treinen (werkwoord). Je bent een poosje tussen twee doelen in… onderweg. Een soort stop in de tijd die je zelf kan en mag indelen :-). Met alle technologische mogelijkheden is het moeilijk de regie zelf in handen te nemen en echt zelf die tijd-stop in te delen. Maar, als het je dan toch zo nu en dan lukt, is het op adem komen in deze drukke wereld om je heen.

Op zo’n moment dat je zelf niet in beslag genomen wordt door mailtjes, app’jes, muziek en andere afleidingen op je beeldscherm, gaan dingen je opvallen. Je hoort hoe luid de trein is, je ziet een typisch Nederlands landschap voorbij razen, je ziet mensen om je heen. En soms hoor je die mensen… Je hoort hen praten met iemand naast/tegenover zich; inmiddels even vaak hoor je hen praten over de telefoon. Een voor jou onzichtbaar, onbekend persoon. Toch kun je vaak wel wat zeggen over met wie ze praten. Een familielid, goede vriend(in), business-partner of een vader/moeder. Met mijn nieuwsgierigheid, en soms de volume waarin deze mensen praten, kan ik het niet helpen een deel van het gesprek te volgen.

Verbazingwekkend hoe mensen hun leven uit de doeken kunnen doen, zomaar waar vreemden bij zijn. Ik vermoed dat veel mensen het niet eens door hebben hoeveel ze van zichzelf blootstellen. Sommigen maakt het misschien niks uit, want jij kent hen toch niet. En wellicht is een klein gedeelte heel zelfbewust dat ze veel prijsgeven, was het helemaal niet hun bedoeling om dat te doen, maar zijn ze toch ongewild in dat gesprek beland in het openbaar.

Ik probeer bellen in het openbaar vervoer te vermijden. Zoals de waard is, vertrouwt ie zijn gasten ;-)! Wie weet wie er allemaal meeluistert… en wat zullen ze wel niet van mij denken! Nee, als ik dan toch “moet” bellen, probeer ik (tenzij ik moe ben en het mij minder kan schelen) onleesbaar en met een strak gezicht mijn boodschap over te brengen en zo snel mogelijk op te hangen. Bij mijn man kan ‘ik houd van jou’ er nog net af, maar als ik het moet herhalen omdat hij het niet hoorde door de slechte verbinding, geef ik het toch vaak op. Dan zeg ik het liever als ik hem weer zie en mensen ons beiden kunnen observeren. Maar ja, hoe ik mijn gesprekken voer over de telefoon zal ook wel weer veel meer over mij zeggen dan ik zou willen.

Ach…als de rest, net als mij, 70% van de treinritten zo zelf geobsedeerd naar zijn/haar scherm staart, heb ik niets te vrezen.

“Waar wouden zijn als vuur zo heet, Toren hoog en mijlen breed”

Goede herinneringen uit mijn jeugd zijn waardevol voor mij. Ik denk voor iedereen wel eigenlijk. Het voorlezen van mijn moeder is een van die herinneringen waar ik vol nostalgie en warmte op terugkijk. Tegen mijn moeder aan gekropen op de bank, meestal in mijn pyjama, kwam ik terecht in een hele andere wereld. Mijn moeder kon heel goed voorlezen, waarbij je volledig in het verhaal werd opgenomen. Op deze manier heb ik kennis gemaakt met Tonke Dragt, een zeer favoriete schrijfster van mij.

Het zijn kinder-/jeugdboeken die ze schrijft, hoewel er ook een aantal boeken bijzitten die net wat te hoog gegrepen zijn voor kinderen denk ik. Een van haar boeken in mijn all-time top 5 lijstje is “Torenhoog en Mijlen Breed”. Wouw, wat vind ik dat een mooi boek! Het kan met nostalgie te maken hebben, maar dat is het niet alleen… Het boek drukt een stuk eenzaamheid uit, het vervreemd zijn van mensen of je eigen volk, wat ik misschien een beetje herken. En juist jezelf vinden in het vreemde, wat mijn gevoel van herkenning erin volledig maakt als het ware. Ik weet niet zeker of dit is wat het boek mooi maakt voor mij, maar ik hoef het ook niet te weten. Als mensen mij vragen waarom ik het een mooi boek vind stamel ik vaak. Uiteindelijk komt het erop neer dat ik zeg dat ik het niet goed uit kan leggen en ze het gewoon echt zelf een keer moeten lezen.

Een favoriete quote uit het boek: “Waar wouden zijn als vuur zo heet, Torenhoog en mijlen breed”. Deze quote maakt mij warm, nostalgisch, tikkeltje eenzaam op een manier dat boeken dat kunnen. Dit is een boek wat ik al vele malen gelezen heb en nog vele malen meer zal lezen.

Pizzadeeg

Ik ben dol op koken en bakken! Eigenlijk alles wat met eten te maken heeft :-). Veel gerechten die ik maak, lukken de eerste keer al best goed (qua smaak), al zeg ik het zelf. Behalve pizzadeeg… Oké, ik geef toe dat ik een perfectionist ben. Maar op de een of andere manier is het mij nog niet gelukt de pizza zo te maken dat ik de knapperigheid optimaal vind. Gelukkig zit er voortgang in en vindt mijn man het elke keer erg lekker. In de foto’s zie je het proces en resultaat van mijn laatste poging.

Ondanks dat ik er niet tevreden mee ben, blijf ik het wel proberen. Ik kneed het deeg met mijn handen, want hey, eigen gemaakt pizzadeeg moet wel echt eigen gemaakt zijn! Ik vind het overigens ook veel leuker om zelf te kneden hoor ;-). Daarbij is het een kunst te weten wanneer het deeg genoeg gekneed is. Die kunst beheers ik nog niet voor mijn gevoel. Vervolgens laat ik het twee keer rijzen. Daardoor is mijn pizza al wel sprongen vooruitgegaan in vergelijking met het één keer laten rijzen. Maar het wachten…dat is het moeilijkste. Niet weten of het mij dit keer nou eindelijk gelukt is om het deeg tot Italiaanse perfectie te maken. Ik weet niet of het mij ooit gaat lukken. Een voordeel is wel dat eigen gemaakte pizza sowieso lekkerder is dan diepvries pizza, ongeacht of ik er tevreden mee ben. Bovendien is het deeg kneden genieten voor mij! Dus ik ga blijven proberen… en wie weet verschijnt er over een jaar een post van mijn perfecte pizza en het geheim erachter.

Ouderdom

De eerste tea-time vraag: wanneer vind je iemand oud? -stilte– Dit vind ik een lastige vraag! Allereerst wil ik het volgende gezegd hebben: ik vind ouderdom bij mensen vaak iets moois hebben! Oudere mensen hebben een heel leven, heel verhaal, achter zich die, soms wat meer soms wat minder, door hen heen schemert. Dat vind ik bijzonder! Maar wanneer vind ik iemand oud? Dit hangt voor mij met veel dingen samen.

Allereerst associeer ik ouderdom met wijsheid. Doordat oudere mensen vaak meer levenservaring hebben opgedaan, zijn ze (op sommige vlakken) heel wijs! Maar ja, jonge mensen kunnen ook wijs zijn op hun eigen manier. En om nou te zeggen dat alle oude mensen wijs zijn… Dus alleen op basis van wijsheid kan ik niet zeggen of ik iemand oud vind. Verder associeer ik ouderdom met lichamelijke kwaaltjes. Hoe ouder je wordt, hoe vaker je last van kleine, maar ook grote lichamelijke perikelen kunt hebben. Toch geldt op dit punt wederom niet dat lichamelijke kwaaltjes onlosmakelijk verbonden zijn aan ouderdom. Zo ken ik een aantal mensen rond mijn leeftijd die veel stoeien met hun gezondheid, en is mijn opa, die al in de 80 zit, relatief erg gezond. Een derde punt, wat nogal voor de hand liggend is om naar te kijken, is leeftijd. Door de maatschappij wordt er gewoon een streep getrokken; wanneer je daarboven zit wordt je als ‘oud’ gezien. Logisch, want voor regelgevingen etc. is het handig om zo’n grens te hebben. Maar ook dat blijft voor mij een arbitraire grens: sommige mensen vind ik er al oud uitzien terwijl ze ‘pas’ 50 zijn en anderen zijn 70 en zou ik nog niet oud noemen.

Ik denk dat ik eruit ben: voor mij zijn er (minstens) twee vormen van oud zijn. Aan de ene kant vind ik iemand oud wanneer de persoon doorleefd/levensmoe is, ongeacht de leeftijd. Ik kijk dan naar de ogen, het gezicht, iemands houding… Aan de andere kant zijn er mensen die ik oud vind qua leeftijd, maar die in mijn ogen een soort joie de vivre hebben waardoor ik ze jong van hart zou noemen. De eerste vorm die ik beschreef brengt voor mij vaak iets droevigs met zich mee. De tweede vorm van ouderdom vind ik mooi en knap om te zien; wanneer je veel hebt meegemaakt, je lichaam oud is, maar je vuur nog niet is uitgedoofd.

Wat denken jullie hierover? Wanneer vind jij iemand oud? Je mag je reactie uiteraard op de blog post’en, maar kunt er ook gewoon met mensen om je heen over praten; net wat je fijner vindt.

Privacy

Gisterennacht lag ik heerlijk tegen mijn man aan geknuffeld, verzonken in gedachten. Nog vol adrenaline door de nieuwe stap van een blog beginnen, zaten ideeën maar ook wel zorgen rond te spoken in mijn hoofd. Gaat het mij lukken regelmatig een blog te schrijven? En ik wil een persoonlijke blog, maar hoeveel kan ik nou werkelijk van mijzelf blootgeven? Hoeveel wil ik eigenlijk van mijzelf, mijn gedachten en gevoelens tentoonstellen? Kan ik niet net zo goed een dagboek bijhouden?

In een tijd waar privacy als kernthema in de achtergrond speelt, zijn dit wezenlijke vragen die mij bezighouden. Er is veel discussie over (geweest) onder de ‘normale’ mens, er zijn politieke partijen die privacy als speerpunt hebben en bedrijven doen er alles aan om dit thema te omzeilen dan wel te omarmen. Zelf ben ik ook gebrand op een zo beschermd mogelijke privacy… op facebook heb ik al mijn instellingen op de strengste stand, op internet ben ik niet makkelijk te vinden, ik geef niet zomaar mijn e-mail adres op aan jan-en-alle-man.

En toch… Toch ben ik een blog begonnen waar ik mijn gedachtewereld uit de doeken doe. Een publieke plek waar ik mij onderwerp aan (on)bekende blikken die mijn schrijven keuren, spelfouten detecteren, meer over mij te weten willen komen, zich gewoon vervelen en tal van andere redenen hebben om mijn blog te lezen. Blijkbaar heb ik naast privacy ook behoefte aan op een bepaald niveau relateren aan deze maatschappij en haar grappige trekken. Maar dan wel veilig vanaf mijn scherm, anoniem voor de wereld. Althans, redelijk anoniem… Laat ik mijzelf nou niet voor de gek gaan houden ;-).